Als kinderen zich anders en wellicht sneller ontwikkelen dan hun leeftijdsgenoten, kan dit bij ouders heel veel vragen oproepen. Misschien zie je dat je kind al vroeg ingewikkelde vragen stelt, dingen sneller oppikt of opvalt door een bijzondere interesse in specifieke onderwerpen. Dit kan zorgen voor twijfels en onzekerheden: Hoe weet ik of mijn kind hoogbegaafd is, of gewoon nieuwsgierig en leergierig?, Moet ik mijn kind extra uitdaging bieden, en hoe doe ik dat op een goede manier?, Is er een risico dat mijn kind zich gaat vervelen op school als het sneller leert?, Hoe kan ik voorkomen dat mijn kind te veel druk voelt om altijd "de beste" te zijn?, Wat zijn de signalen dat mijn kind overprikkeld raakt door zijn snelle ontwikkeling?, Hoe weten we of het gedrag van ons kind voortkomt uit onwil of onmacht?, Wat kunnen we doen als ons kind zich eenzaam voelt?, Waarom heeft ons kind, ondanks alle mogelijkheden, toch een negatief zelfbeeld?, Waarom doet ons nieuwsgierige kind steeds minder, is dit een vorm van faalangst?, Waarom gedraagt ons kind zich thuis anders dan op school?, Hoe kunnen we effectief communiceren met school of het samenwerkingsverband over de behoeften van ons kind?, Wanneer besluiten we van school te wisselen, en is dat wel de beste keuze voor ons kind?, Wanneer vragen we ons kind om zich aan te passen aan de verwachtingen, en wanneer vechten we voor ruimte voor zijn eigen manier van zijn?,
Wanneer laten we ons kind zelf problemen oplossen, en wanneer grijpen we in om voor hem op te komen?,
Hoe vinden we een balans in de opvoeding, zodat het thuis gezellig blijft en we zelf niet overbelast raken?.
Dit soort vragen kunnen voor veel onzekerheid zorgen, en het is niet altijd makkelijk om hierover met anderen te praten. Zeker als er in de directe omgeving weinig kennis is over hoogbegaafdheid, kan het voelen alsof je er alleen voor staat.
Hoogbegaafdheid is een complex begrip. Veel mensen denken bij hoogbegaafdheid aan kinderen die extreem snel leren, zoals een kind van acht dat al zijn VWO-diploma haalt. Hoewel dit inderdaad kan voorkomen, zijn dit toch echt uitzonderingen.
Maar hoogbegaafdheid is zoveel meer dan een hoge score op een IQ-test. Hoogbegaafde kinderen laten vaak al op jonge leeftijd zien dat ze een stapje voor zijn op hun leeftijdsgenootjes. Een warme, stimulerende omgeving die zowel hun emotionele als cognitieve ontwikkeling vanaf de geboorte ondersteunt, kan een wereld van verschil maken in hoe hun intelligentie tot bloei komt. Ook de sociale omgeving speelt een belangrijke rol. Het gezin, de school en vriendjes zijn stuk voor stuk belangrijke factoren in de ontwikkeling van hun talenten en gedrag.
Om hoogbegaafd gedrag echt tot uiting te laten komen, zijn drie eigenschappen essentieel: een hoog intellect, motivatie en creatief denken (Renzulli, 1978 en Mönks,1984). Als deze drie samenkomen in een ondersteunende omgeving, kunnen hoogbegaafde kinderen zich op hun unieke manier ontwikkelen en groeien.
Een manier om hoogbegaafdheid beter te begrijpen, is door het te bekijken vanuit twee invalshoeken: het Denkluik en het Zijnsluik, zoals Tessa Kieboom het beschrijft.
Het denkluik omvat de cognitieve kant van hoogbegaafdheid: intellectuele capaciteiten, creatief denken en motivatie. Hoogbegaafde kinderen kunnen vaak snel verbanden leggen, complex denken en zijn sterk gemotiveerd om te leren. Ze hebben een opvallend goed ontwikkeld geheugen en kunnen nieuwsgierig en leergierig zijn. Vaak gaan ze diep in op onderwerpen die hen boeien en zijn ze in staat om creatief buiten de kaders te denken.
Hoogbegaafdheid draait niet alleen om intellect. Tessa Kieboom benadrukt dat de zijnskenmerken minstens zo belangrijk zijn. Het zijnsluik verwijst naar hoe een hoogbegaafd kind de wereld beleeft en hoe het in zijn vel zit. Dit omvat eigenschappen zoals:
Deze zijnskenmerken zorgen ervoor dat hoogbegaafde kinderen zich vaak anders voelen dan hun leeftijdsgenoten, wat kan leiden tot eenzaamheid en onzekerheid. Het is dan ook belangrijk dat ouders en leerkrachten niet alleen aandacht besteden aan de intellectuele ontwikkeling van het kind, maar ook aan hoe het kind zich voelt en in zijn omgeving functioneert.
Als ouder van een hoogbegaafd kind kun je met allerlei vragen zitten, zoals hoe je de balans vindt tussen uitdaging en bescherming, wanneer je moet ingrijpen en wanneer je je kind juist zelfstandig zijn weg laat vinden. Het is een zoektocht naar evenwicht, zowel voor het kind als voor de ouder. Het is daarom belangrijk om niet alleen je kind, maar ook jezelf goed te begeleiden in dit proces.
Ik bied begeleiding aan hoogbegaafde kinderen en jongeren, evenals aan hun ouders, op verschillende gebieden:
Hoogbegaafdheid is veel meer dan alleen een hoog IQ. Het gaat om een combinatie van denken en zijn. Ik help ouders en kinderen om hiermee om te gaan en de juiste balans te vinden. Neem gerust contact op om samen te kijken hoe ik kan ondersteunen.
BRONNEN:
Kieboom, T. (2016). Hoogbegaafd: als je kind (g) een Einstein is. Lannoo Meulenhoff-Belgium.
Mönks, F.J., & Span, P., et al. (1984). Hoogbegaafden in de samenleving. Nijmegen: Dekker & van de Vegt.
Renzulli, J.S. (1978). What Makes Giftedness? Reexamining a Definition. Phi Delta Kappan, 60(3), 180-184.
Nieuwe alinea